Selecteer de taal

mahavrata

Zoeken naar begrippen

Begrippenlijsten

Term Definitie
mahavrata

Mahāvrata verwijst in het jaïnisme naar de vijf “grote geloften” die monniken en nonnen naleven als basis van hun ascetische en ethische levenshouding.

De Sanskrietterm mahāvrata betekent “grote gelofte” (mahā = groot, vrata = gelofte of verbintenis). In het jaïnisme verwijst het naar de vijf fundamentele geloften die door asceten (monniken en nonnen) worden afgelegd en die hun spirituele leven bepalen. Voor leken bestaat er een mildere vorm, anuvrata, met vergelijkbare maar minder strikte verplichtingen.

De vijf mahāvrata zijn:

  1. Ahimsā — Absolute geweldloosheid: respect voor al het leven, tot op het kleinste niveau.
  2. Satya — Waarachtigheid: geen leugens, misleiding of bedrog.
  3. Asteya — Niet-stelen: niets nemen dat niet vrijwillig is gegeven.
  4. Brahmacharya — Kuisheid: volledige onthouding en innerlijke reinheid.
  5. Aparigraha — Niet-bezitten: afstand nemen van materiële en emotionele gehechtheid.

Deze geloften hebben als doel de ziel te zuiveren en de cyclus van wedergeboorte (saṃsāra) te doorbreken door het oplossen van karmische bindingen. Ze gelden niet alleen voor handelingen, maar ook voor intenties, woorden en gedachten. Hun naleving vraagt een uiterst gedisciplineerde levensstijl: een strikt dieet, wandelen te voet, bedachtzaam spreken en mentale beheersing.

Hoewel specifiek jaïns, hebben de mahāvrata ook invloed gehad op bredere Indiase ethische systemen, waaronder yoga en de leer van Gandhi.

Synoniemen: mahāvrata, vrata, vratas