De Malla-dynastie, van heerste ongeveer 567 jaar, ± tussen 1201 en 1768 over geheel of gedeeltelijk Nepal.

Deze kaart toont het maximale gebied dat de Malla-dynastie op haar hoogtepunt bereikte, waarbij de huidige regio's __ in Nepal worden bedekt. Het hoofddoel is om een visuele hulp te bieden om de geografische omvang van deze dynastie te begrijpen. Het is echter belangrijk op te merken dat de hedendaagse grenzen van deze regio's niet noodzakelijkerwijs samenvallen met de historische gebieden.
De Malla-dynastie en de stedelijke bloei van middeleeuws Nepal
Een dynastie die de Kathmanduvallei langdurig vormgaf
De Malla-dynastie neemt een centrale plaats in de geschiedenis van Nepal in, vooral in de ontwikkeling van de Kathmanduvallei. De Malla’s kwamen vanaf de dertiende eeuw op de voorgrond en behielden hun macht tot de achttiende eeuw, toen Prithvi Narayan Shah van Gorkha de vallei veroverde. Hun heerschappij viel samen met een periode waarin de steden van Nepal Mandala, de historische culturele regio rond de Kathmanduvallei, een uitzonderlijke politieke, religieuze en artistieke ontwikkeling doormaakten.
De geschiedenis van de Malla’s kan in grote lijnen in twee fasen worden verdeeld. Eerst was er een periode waarin de vallei onder een min of meer verenigd koningschap stond. Daarna, vooral na de dood van Yaksha Malla in de vijftiende eeuw, viel het gebied uiteen in rivaliserende koninkrijken rond Kantipur, Lalitpur en Bhaktapur. Deze politieke verdeeldheid verzwakte op termijn de militaire samenhang van de vallei, maar zij stimuleerde ook een intense culturele competitie tussen de koninklijke hoven.
Koninklijk gezag in een dicht stedelijk landschap
De Malla’s regeerden niet over een uitgestrekt rijk zoals sommige Indiase of Tibetaanse machten. Hun kracht lag in de controle over een compacte, vruchtbare en sterk verstedelijkte vallei. De macht van de koningen steunde op landbouw, stedelijke ambachten, handelsnetwerken, religieuze instellingen en de organisatie van de Newar-gemeenschappen.
Jayasthiti Malla wordt traditioneel verbonden met sociale en administratieve hervormingen. Zijn regering geldt als een belangrijk moment in de ordening van beroepen, sociale groepen, juridische gewoonten en gemeenschapsverplichtingen. Hoewel latere overleveringen zijn rol mogelijk hebben versterkt, blijft hij een symbool van de poging om de samenleving van de vallei onder een duidelijker koninklijk en sociaal systeem te brengen.
Na de politieke verdeling van de vallei ontwikkelden Kantipur, Lalitpur en Bhaktapur elk een eigen hofcultuur. Elke stad bezat een paleiscomplex, marktgebieden, tempels, ambachtelijke wijken en afhankelijke landbouwdorpen. De Malla-koninkrijken waren dus stadskoninkrijken waarin politiek gezag nauw verbonden was met stedelijke ruimte, ritueel prestige en economische controle.
Architectuur als zichtbare uitdrukking van macht
De meest tastbare erfenis van de Malla’s ligt in de architectuur van de Kathmanduvallei. De paleispleinen, tempels met meerlagige daken, koninklijke binnenplaatsen, waterfonteinen, rusthuizen, beelden en processieroutes dragen sterk de stempel van deze periode. De historische centra van Kathmandu, Patan en Bhaktapur danken een groot deel van hun klassieke karakter aan Malla-patronage.
De koningen gebruikten bouwprojecten niet alleen om religieuze verdienste te tonen, maar ook om hun politieke legitimiteit zichtbaar te maken. Een tempel, paleispoort of koningszuil was tegelijk een religieus, artistiek en politiek object. Pratap Malla in Kantipur, Siddhi Narasimha Malla in Lalitpur en Bhupatindra Malla in Bhaktapur behoren tot de bekendste vorsten die de stedelijke monumentale cultuur hebben versterkt.
Onder hun bescherming bloeiden houtbewerking, metaalgieterij, beeldhouwkunst, schilderkunst, literatuur en rituele muziek. De Malla-periode gaf de Newar-kunst een verfijnde en herkenbare vorm, waarin lokale tradities, Indiase invloeden en Himalaya-elementen samenkwamen.
Religieuze samenhang tussen hindoeïsme en boeddhisme
De Malla’s regeerden over een religieus veelzijdige samenleving. De koningen waren meestal verbonden met hindoeïstische koningsidealen en met de verering van beschermgodheden zoals Taleju. Tegelijkertijd bleef het boeddhisme, vooral in zijn vajrayana-vormen, diep verankerd in de Newar-samenleving. Boeddhistische kloosters, hindoeïstische tempels, tantrische rituelen en lokale culten bestonden naast elkaar en beïnvloedden elkaar.
Deze religieuze pluraliteit was geen zwakte, maar een kenmerk van de politieke cultuur van de vallei. De koning moest optreden als beschermer van een complexe rituele orde. Feesten, processies, maskerdansen, wagenfestivals en koninklijke ceremonies verbonden het hof met priesters, ambachtslieden, kooplieden en buurtgemeenschappen. Daardoor werd religie een belangrijk middel om de sociale samenhang van de stad te bewaren.
Economische basis door landbouw, ambacht en handel
De economische kracht van de Malla’s rustte eerst op de vruchtbare landbouwgronden van de Kathmanduvallei. Intensieve rijstbouw, irrigatiekanalen, vijvers en waterplaatsen ondersteunden een relatief dichte bevolking en maakten stedelijke specialisatie mogelijk. De dorpen rond de steden leverden voedsel, inkomsten en arbeidskracht aan de koninklijke centra.
Ambachtelijke productie vormde een tweede pijler. Newar-ambachtslieden werden beroemd om hun houtwerk, bronsgietkunst, steensculptuur, schilderingen en architectonische versieringen. Koninklijke opdrachten en religieuze instellingen zorgden voor een voortdurende vraag naar gespecialiseerde kunstvoorwerpen en bouwwerken.
Ook de handel was van groot belang. De Kathmanduvallei lag op routes tussen Noord-India en Tibet. Kooplieden vervoerden onder meer zout, wol, metalen, textiel, graan en rituele objecten. Deze tussenpositie gaf de Malla-koninkrijken inkomsten, internationale contacten en culturele invloeden uit twee grote beschavingsgebieden.
Een blijvende erfenis na de verovering door Gorkha
De politieke zelfstandigheid van de Malla-koninkrijken eindigde in de achttiende eeuw met de opkomst van Gorkha. De verdeeldheid tussen Kantipur, Lalitpur en Bhaktapur maakte het moeilijk om gezamenlijk weerstand te bieden aan Prithvi Narayan Shah. Na de verovering werd de vallei opgenomen in het nieuwe Nepal onder de Shah-dynastie.
Toch bleef de erfenis van de Malla’s fundamenteel. Hun periode gaf Nepal een groot deel van zijn klassieke stedelijke vorm, zijn monumentale pleinen, zijn rituele kalender, zijn artistieke tradities en zijn religieuze landschap. De Malla’s waren geen heersers van een groot territoriaal rijk, maar zij maakten van de Kathmanduvallei een van de meest herkenbare culturele centra van de Himalaya.
De geografische uitbreiding van de Malla-dynastie in Nepal
Een compacte machtsbasis in Nepal Mandala
De Malla-dynastie beheerste vooral de Kathmanduvallei, het historische centrum van Nepal Mandala. Dit gebied was geografisch beperkt, maar uitzonderlijk belangrijk door zijn vruchtbare bodem, stedelijke dichtheid, ambachtelijke productie en ligging tussen Noord-India en Tibet. De Malla’s bouwden geen groot bergimperium uit dat heel Nepal omvatte. Hun macht lag in de controle over een compact, rijk en cultureel sterk ontwikkeld dalgebied.
In de vroegere fase van de Malla-periode werd de vallei grotendeels als één politiek geheel bestuurd. De belangrijkste stedelijke centra waren Kantipur, het huidige Kathmandu, Lalitpur of Patan, en Bhaktapur, vroeger ook Bhadgaon genoemd. Rond deze steden lagen landbouwdorpen, tempelcomplexen, waterwerken, markten en handelsroutes. De geografische kern van de Malla-macht was dus niet alleen een gebied op de kaart, maar een dicht netwerk van steden, velden, heiligdommen en sociale gemeenschappen.
De Kathmanduvallei als bestuurlijk en economisch centrum
De Kathmanduvallei vormde het vaste territoriale hart van de dynastie. Haar vruchtbare gronden ondersteunden intensieve landbouw, vooral rijstbouw, en maakten het mogelijk om een relatief grote stedelijke bevolking te onderhouden. De steden profiteerden van het agrarische overschot uit de omliggende dorpen, terwijl de dorpen afhankelijk waren van de markten, tempels en politieke instellingen van de stedelijke centra.
De Malla-koningen controleerden hun gebied via stedelijke instellingen, religieuze patronage, fiscale rechten, lokale elites en beroepsgemeenschappen. Hun gezag was sterk verbonden met de Newar-samenleving, waarin ambachtslieden, handelaars, priesters, boeren en buurtorganisaties een belangrijke rol speelden. De macht over de vallei betekende daardoor niet alleen militaire heerschappij, maar ook controle over rituelen, beroepen, handelsstromen en landbouwproductie.
De geografische structuur van de vallei gaf de Malla’s aanzienlijke voordelen. De heuvels rond het dal boden natuurlijke bescherming, terwijl bergpassen en handelswegen verbindingen mogelijk maakten met andere regio’s. Deze combinatie van bescherming en openheid maakte Nepal Mandala tot een aantrekkelijk en strategisch waardevol machtscentrum.
Beperkte maar belangrijke invloed op de omliggende heuvelgebieden
Hoewel de Kathmanduvallei het centrum van de Malla-macht bleef, reikte hun invloed soms tot de omliggende heuvelgebieden en handelsroutes. Deze invloed was echter wisselend en meestal minder direct dan in de vallei zelf. Centraal-Nepal bestond uit vele heuvelruggen, kleinere dalen, lokale vorstendommen en gemeenschappen met eigen machtsstructuren. Daardoor was duurzame controle buiten de vallei moeilijker te handhaven.
De Malla’s konden buiten hun kerngebied invloed uitoefenen via militaire expedities, tribuutrelaties, handelsbelangen, religieuze prestige en diplomatieke contacten. Toch slaagden zij er niet in een sterk geïntegreerde bergstaat te vormen. Hun geografische uitbreiding bleef vooral gericht op het veiligstellen van toegangswegen, economische verbindingen en politieke invloed in de directe omgeving van de vallei.
Deze beperking verklaart zowel de kracht als de kwetsbaarheid van de Malla’s. Hun rijkdom kwam voort uit een zeer geconcentreerde territoriale basis, maar hun beperkte greep op de omliggende heuvels maakte hen afhankelijk van diplomatie en verdediging.
De verdeling tussen Kantipur, Lalitpur en Bhaktapur
Na de dood van Yaksha Malla in de vijftiende eeuw veranderde de politieke geografie van de dynastie ingrijpend. De vallei werd verdeeld tussen rivaliserende Malla-koninkrijken, vooral Kantipur, Lalitpur en Bhaktapur. Elk van deze hoofdsteden beheerste een eigen stedelijk gebied, omliggende dorpen, tempels, markten en inkomstenbronnen.
Kantipur ontwikkelde zich tot een belangrijk politiek en commercieel centrum in het centrale en westelijke deel van de vallei. Lalitpur, of Patan, stond bekend om zijn ambachtelijke en religieuze instellingen, vooral in verband met metaalbewerking en boeddhistische tradities. Bhaktapur behield een sterke positie in het oosten van de vallei, met een belangrijke landbouwbasis en een uitgesproken stedelijke identiteit.
Deze interne verdeling leidde tot voortdurende rivaliteit. De drie koninkrijken streden om prestige, inkomsten, kunstenaars, rituele voorrang en controle over dorpen. Tegelijkertijd stimuleerde deze competitie de bouw van paleizen, tempels en pleinen. De geografische versnippering van de Malla-macht verzwakte dus de politieke eenheid, maar versterkte tijdelijk de culturele bloei van de afzonderlijke steden.
Betrekkingen met naburige heuvelrijken en Gorkha
De beperkte territoriale uitbreiding van de Malla’s bepaalde sterk hun relaties met naburige dynastieën en vorstendommen. Rond de vallei lagen verschillende heuvelstaten, waaronder Gorkha, dat in de achttiende eeuw de belangrijkste bedreiging zou worden. Deze omliggende machten werden aangetrokken door de rijkdom van de vallei, haar handelspositie en haar symbolische betekenis.
De Malla-koninkrijken probeerden hun autonomie te bewaren door diplomatie, allianties, rivaliteitspolitiek en controle over toegangswegen. Toch maakte hun onderlinge verdeeldheid hen kwetsbaar. Prithvi Narayan Shah van Gorkha kon profiteren van de rivaliteit tussen Kantipur, Lalitpur en Bhaktapur. Door de vallei geleidelijk te omsingelen en handelsroutes te blokkeren, verzwakte hij de Malla-staten voordat hij ze veroverde.
De val van de Malla’s toont hoe een compacte geografische basis tegelijk sterk en kwetsbaar kon zijn. De vallei was rijk en verdedigbaar, maar zonder eenheid en zonder stevige controle over de omliggende heuvels werd zij gevoelig voor externe druk.
Handelsverbindingen met Noord-India en Tibet
De ligging van de Malla-gebieden tussen Noord-India en Tibet gaf hun territorium een betekenis die groter was dan zijn oppervlakte. Zuidelijke routes verbonden de vallei met de vlakten van India, waar verschillende koninkrijken, sultanaten en later Mogol-invloeden actief waren. Noordelijke routes verbonden Nepal Mandala met Tibet en de Himalayawereld.
Deze positie maakte de Malla-koninkrijken tot tussenstations in de handel in zout, wol, metalen, textiel, graan en rituele voorwerpen. Newar-handelaars speelden hierbij een belangrijke rol. De handelsroutes brachten inkomsten, maar ook artistieke, religieuze en politieke invloeden naar de vallei.
Een klein gebied met grote historische uitstraling
De geografische uitbreiding van de Malla-dynastie bleef hoofdzakelijk beperkt tot de Kathmanduvallei, met wisselende invloed op omliggende heuvelgebieden en handelsroutes. Toch was dit beperkte territorium van uitzonderlijke waarde. Het combineerde landbouw, steden, ambacht, religieuze instellingen en internationale handelsverbindingen.
De Malla’s tonen dat historische macht niet altijd afhangt van grote oppervlakte. Door hun controle over Nepal Mandala maakten zij van een compacte vallei een politiek, economisch en cultureel centrum van de Himalaya. Hun geografische erfenis bleef bepalend voor de latere geschiedenis van Nepal, ook nadat de vallei door Gorkha werd veroverd.
De Malla-heersers droegen doorgaans de titel koning of raja binnen het kader van Nepal Mandala. Na de dood van Yaksha Malla werd de Kathmanduvallei verdeeld tussen meerdere koninkrijken, vooral Kantipur, Lalitpur en Bhaktapur; latere regeringen liepen daarom gelijktijdig in verschillende takken.
Verenigde Kathmanduvallei
- Arideva Malla (ca. 1201–1216) • Eerste algemeen erkende Malla-koning van de Kathmanduvallei. Zijn dynastieke oorsprong blijft omstreden.
- Abhaya Malla (ca. 1216–1255) • Zijn regering werd gekenmerkt door interne en externe conflicten. Hij stierf waarschijnlijk tijdens de grote aardbeving van 1255.
- Jayadeva Malla (ca. 1255–1258) • Hij regeerde kort na Abhaya Malla. Hij werd afgezet en wordt vaak beschouwd als de laatste directe opvolger van de eerste lijn.
- Jayabhimadeva (ca. 1258–1271) • Een koning verbonden met het huis Bhonta, hij regeerde in een overgangsperiode. Zijn regering hield verband met een politieke regeling met Jayasimha Malla.
- Jayasimha Malla (ca. 1258–1274) • Een koning uit het huis Tripura, hij deelde of betwistte het gezag tijdens een instabiele fase. Hij werd uiteindelijk uit de macht verwijderd.
- Ananta Malla (ca. 1274–1308) • Hij kreeg te maken met externe druk, vooral vanuit het Khasa-koninkrijk. Zijn dood opende een periode van troonleegte of politieke onzekerheid.
- Jayanandadeva (ca. 1313–1320) • Een koning met beperkte macht, hij regeerde terwijl het bestuur werd gedomineerd door invloedrijke edelen. Zijn regering toont een tijdelijke verzwakking van het koninklijk gezag.
- Jayari Malla (ca. 1320–1344) • Hij regeerde tijdens een periode die werd gekenmerkt door de terugkeer van Devalakshmi Devi en door Khasa-aanvallen. Het koninkrijk bleef kwetsbaar voor externe druk.
- Jayarajadeva (ca. 1348–1361) • Een grotendeels nominale koning, hij regeerde onder invloed van Devalakshmi Devi. Zijn regering werd ook gekenmerkt door spanningen met het sultanaat Bengalen.
- Jayarjunadeva (ca. 1361–1382) • Laatste koning vóór de effectieve opkomst van Jayasthiti Malla. Hij werd verwijderd toen Jayasthiti de belangrijkste autoriteit van het koninkrijk werd.
- Jayasthiti Malla (ca. 1382–1395) • Hij herstelde sterk koninklijk gezag in de vallei. Zijn regering wordt verbonden met blijvende sociale, juridische en bestuurlijke hervormingen.
- Jayadharma Malla (ca. 1395–1408) • Hij zette de dynastie voort na Jayasthiti Malla. Zijn regering behield de politieke eenheid van de vallei.
- Jayajyotir Malla (ca. 1408–1428) • Hij regeerde vóór de lange regering van Yaksha Malla. Zijn regering behoort tot de consolidatiefase van de verenigde Malla-macht.
- Yaksha Malla (ca. 1428–1482) • Hij was een van de laatste grote koningen van de verenigde vallei. Na zijn dood werd de Malla-macht verdeeld tussen rivaliserende koninkrijken.
Kantipur, Kathmandu
- Ratna Malla (1482–1520, Kantipur) • Eerste Malla-koning van Kantipur na de verdeling van de vallei. Hij vestigde zijn tak als de dominante macht in Kathmandu.
- Surya Malla (1520–1530, Kantipur) • Hij handhaafde het gezag van Kantipur na Ratna Malla. Zijn regering is minder gedocumenteerd dan die van zijn opvolgers.
- Amara Narendra Malla (1530–1560, Kantipur) • Hij zette de consolidatie van het koninkrijk Kantipur voort. Zijn regering behoort tot de fase van groeiende rivaliteit tussen de Malla-steden.
- Mahendra Malla (1560–1574, Kantipur) • Hij wordt verbonden met bestuurlijke en monetaire ontwikkeling in Kantipur. Zijn regering versterkte het stedelijke prestige van de hoofdstad.
- Sadashiva Malla (1574–1583, Kantipur) • Hij regeerde tijdens een periode van interne spanningen. Zijn gezag werd beperkt door hofrivaliteiten.
- Shivasimha Malla (1583–1619, Kantipur) • Een energieke koning van Kantipur, hij breidde zijn invloed uit over Lalitpur. Zijn regering veranderde het machtsevenwicht tussen de koninkrijken van de vallei.
- Lakshmi Narasimha Malla (1619–1641, Kantipur) • Hij regeerde vóór het culturele tijdperk van Pratap Malla. Zijn regering werd gekenmerkt door blijvende rivaliteit tussen de Malla-koninkrijken.
- Pratap Malla (1641–1674, Kantipur) • Grote koning van Kantipur, hij was een belangrijke beschermheer van kunst, literatuur en architectuur. Zijn regering vormde een cultureel hoogtepunt van Kathmandu.
- Nripendra Malla (1674–1680, Kantipur) • Hij volgde Pratap Malla op in een complexe dynastieke context. Zijn regering was relatief kort.
- Parthibendra Malla (1680–1687, Kantipur) • Hij zette de lijn van Kantipur voort na Nripendra Malla. Zijn regering bleef gedomineerd door de politieke rivaliteiten van de vallei.
- Bhupalendra Malla (1687–1700, Kantipur) • Hij regeerde Kantipur aan het einde van de zeventiende eeuw. Zijn regering behield de dynastieke continuïteit zonder de eenheid van de vallei te herstellen.
- Bhaskara Malla (1700–1722, Kantipur) • Zijn lange regering gaf Kantipur een zekere stabiliteit. Zij ging vooraf aan een fase van sterkere dynastieke spanningen.
- Jagajjaya Malla (1722–1736, Kantipur) • Hij regeerde vóór de laatste crises van Kantipur. Zijn gezag functioneerde in een context van toenemende concurrentie tussen naburige koninkrijken.
- Jaya Prakash Malla (1736–1746 en 1750–1768, Kantipur) • Laatste Malla-koning van Kantipur, hij werd hersteld na een onderbreking van zijn regering. Hij verloor zijn koninkrijk aan Prithvi Narayan Shah van Gorkha.
- Jyoti Prakash Malla (1746–1750, Kantipur) • Hij regeerde tijdens de onderbreking van de macht van Jaya Prakash Malla. Zijn korte regering behoort tot de laatste dynastieke strijd van Kantipur.
Lalitpur, Patan
- Purandara Simha (ca. 1580–1600, Lalitpur) • Eerste heerser die meestal in de autonome chronologie van Lalitpur wordt geplaatst. Zijn exacte dynastieke status blijft omstreden.
- Harihara Simha (ca. 1600–1609, Lalitpur) • Hij regeerde Lalitpur vóór de directe tussenkomst van Kantipur. Zijn regering toont de politieke kwetsbaarheid van de stad.
- Shivasimha Malla (1609–1619, Lalitpur, overheersing vanuit Kantipur) • Koning van Kantipur, hij oefende ook gezag uit over Lalitpur. Deze regering wijst op externe overheersing eerder dan op een autonome lokale tak.
- Siddhi Narasimha Malla (1620–1661, Lalitpur) • Grote koning van Lalitpur, hij versterkte de politieke en culturele identiteit van de stad. Zijn regering wordt verbonden met de architecturale ontwikkeling van Patan.
- Srinivasa Malla (1661–1685, Lalitpur) • Hij zette de artistieke en religieuze patronage van Lalitpur voort. Zijn regering droeg bij aan het prestige van Patan in de vallei.
- Yoga Narendra Malla (1685–1705, Lalitpur) • Hij is een van de bekendste heersers van Lalitpur. Zijn regering wordt verbonden met een sterke culturele en rituele herinnering.
- Loka Prakash Malla (1705–1706, Lalitpur) • Hij regeerde kort na Yoga Narendra Malla. Zijn dood of verwijdering opende een periode van instabiliteit.
- Indra Malla (1706–1709, Lalitpur) • Ook Purandara Malla genoemd, hij regeerde Lalitpur tijdens een moeilijke opvolgingsfase. Zijn regering was kort.
- Vira Narasimha Malla (1709, Lalitpur) • Hij was een zeer korte heerser van Lalitpur. Zijn regering illustreert de snelle machtswisselingen in het begin van de achttiende eeuw.
- Vira Mahindra Malla (1709–1715, Lalitpur) • Hij herstelde enige continuïteit na zeer korte regeringen. Zijn gezag bleef echter kwetsbaar.
- Riddhi Narasimha Malla (1715–1717, Lalitpur) • Hij regeerde kort in een periode van sterke rivaliteit tussen de Malla-hoven. Zijn regering ging vooraf aan een interventie vanuit Kantipur.
- Mahindrasimha Malla (1717–1722, Lalitpur, koning van Kantipur) • Koning van Kantipur, hij oefende macht uit in Lalitpur door overheersing of politieke installatie. Zijn regering in Lalitpur hield verband met rivaliteit tussen de steden.
- Yoga Prakash Malla (1722–1729, Lalitpur) • Hij herstelde een lokale lijn in Lalitpur. Zijn regering werd gekenmerkt door aanhoudende dynastieke spanningen.
- Vishnu Malla (1729–1745, Lalitpur) • Hij regeerde Lalitpur tijdens een relatief stabielere periode. Zijn regering ging vooraf aan de laatste decennia van de Malla-crisis.
- Rajya Prakash Malla (1745–1758, Lalitpur) • Hij regeerde toen de macht van Gorkha op de vallei begon te drukken. Zijn gezag bleef onderhevig aan interne rivaliteit.
- Vishvajit Malla (1758–1760, Lalitpur) • Hij regeerde kort vóór een reeks externe interventies. Zijn val toont de verzwakking van Lalitpur.
- Jaya Prakash Malla (1760–1761 en 1763–1764, Lalitpur, koning van Kantipur) • Koning van Kantipur, hij werd ook kort in Lalitpur geïnstalleerd. Deze regeringen weerspiegelen de politieke manipulatie van Malla-tronen.
- Ranajit Malla (1762–1763, Lalitpur, koning van Bhaktapur) • Koning van Bhaktapur, hij bezette tijdelijk de troon van Lalitpur. Zijn interventie toont de extreme politieke versnippering van de vallei.
- Dal Mardan Shah (1764–1765, Lalitpur) • Een prins verbonden met Gorkha, hij werd in Lalitpur geïnstalleerd tijdens de slotfase van de Malla-koninkrijken. Zijn regering kondigt de opmars van de Shahs in de vallei aan.
- Tej Narasimha Malla (1765–1768, Lalitpur) • Laatste Malla-koning van Lalitpur, hij werd omvergeworpen tijdens de verovering van de vallei door Gorkha. Zijn regering markeert het einde van de autonomie van Patan.
Bhaktapur, Bhadgaon
- Raya Malla (1482–1509, Bhaktapur) • Eerste Malla-koning van Bhaktapur na de verdeling van het koninkrijk. Hij stichtte de tak die lang de controle over Bhadgaon behield.
- Bhuwana Malla (1505–1519, Bhaktapur) • Hij regeerde waarschijnlijk overlappend of in nauwe opvolging met Raya Malla. De exacte chronologie van deze periode blijft onzeker.
- Prana Malla (1519–1547, Bhaktapur) • Hij consolideerde de tak van Bhaktapur in de zestiende eeuw. Zijn regering behoort tot de periode waarin de afzonderlijke Malla-koninkrijken vorm kregen.
- Vishva Malla (1547–1560, Bhaktapur) • Hij handhaafde het gezag van Bhaktapur in een verdeelde vallei. Zijn regering ging vooraf aan de complexe periode van Trailokya Malla.
- Trailokya Malla (1560–1613, Bhaktapur, met Tribhuvana Malla en Ganga Rani) • Hij regeerde in een context van mederegering of gedeeld gezag. Deze periode blijft complex in de dynastieke tradities van Bhaktapur.
- Jagajjyoti Malla (1613–1637, Bhaktapur) • Hij was een belangrijke koning van Bhaktapur en een beschermheer van hofcultuur. Zijn regering droeg bij aan het artistieke prestige van de stad.
- Naresha Malla (1637–1644, Bhaktapur) • Hij regeerde kort na Jagajjyoti Malla. Zijn regering behield de continuïteit van de Bhaktapur-tak.
- Jagat Prakasha Malla (1644–1673, Bhaktapur) • Hij was een actieve heerser van Bhaktapur. Zijn regering wordt verbonden met de culturele en religieuze ontwikkeling van de stad.
- Jitamitra Malla (1673–1696, Bhaktapur) • Hij versterkte de architecturale uitstraling van Bhaktapur. Zijn regering bereidde het monumentale tijdperk van Bhupatindra Malla voor.
- Bhupatindra Malla (1696–1722, Bhaktapur) • Grote bouwheer van Bhaktapur, hij wordt verbonden met meerdere belangrijke monumenten. Zijn regering vormt een van de artistieke hoogtepunten van de stad.
- Ranajit Malla (1722–1769, Bhaktapur) • Laatste Malla-koning van Bhaktapur, hij regeerde tot de stad door Gorkha werd veroverd. Zijn nederlaag maakte een einde aan de laatste grote onafhankelijke Malla-tak.

Français (France)
English (UK)