mandala

Zoeken naar begrippen

Begrippenlijsten

Term Definitie
mandala

Een mandala is een geordende symbolische voorstelling van een heilige ruimte, de kosmos of een groep godheden. Het concept is afkomstig uit de religieuze tradities van India en bestaat doorgaans uit een centrum met daaromheen systematisch gerangschikte zones. Een mandala kan de vorm aannemen van een ritueel diagram, schildering, sculptuur of architecturale compositie.

Het woord mandala is afgeleid van het Sanskriet maṇḍala, een term die onder meer een cirkel, schijf, omtrek, gebied of rond een centrum geordende groep kan aanduiden. In hindoeïstische, boeddhistische en jaïnistische tradities verwijst het woord naar een gestructureerde voorstelling van een heilige ruimte en van de krachten of wezens die deze bewonen. De precieze betekenis verschilt per religie, rituele tekst en religieuze school.

Een mandala is niet noodzakelijk een eenvoudige cirkelvormige figuur. Veel mandala’s combineren concentrische cirkels met een centraal vierkant. In bepaalde vormen van het tantrische boeddhisme stelt dit vierkant een goddelijk paleis voor, met vier poorten die op de windrichtingen zijn georiënteerd. Een centrale godheid neemt de belangrijkste plaats in. Andere godheden, beschermfiguren en symbolen worden volgens een vastgelegde hiërarchie en oriëntatie daaromheen geplaatst. Omringende banden met lotusbladeren, vajra’s, vlammen of andere motieven kunnen de heilige ruimte afbakenen en symbolisch beschermen.

Mandala’s worden gebruikt bij rituelen, meditatie, visualisatie en initiatie. Zij dienen niet uitsluitend als afbeeldingen om naar te kijken, maar ook als geordende ruimten die de beoefenaar in gedachten kan betreden en doorlopen op weg naar het centrum. Mandala’s kunnen op doek worden geschilderd, op de grond worden getekend, uit gekleurd poeder of zand worden samengesteld, gegraveerd, gebeeldhouwd of driedimensionaal uitgevoerd. Tijdelijke mandala’s kunnen na afloop van een ceremonie worden uitgewist of ontmanteld. Dit gebruik behoort echter tot specifieke tradities en geldt niet voor iedere mandala.

In de Indiase architectuur kunnen mandalaprincipes de plattegrond van een tempel, heiligdom of, volgens bepaalde teksten, een nederzetting bepalen. De vastu-purusha-mandala is bijvoorbeeld een geometrisch raster waarin delen van een terrein aan verschillende godheden worden toegewezen. Het verbindt het centrum van een bouwwerk met de windrichtingen en de grenzen van het gebouw. Een gebouw kan daardoor worden beschouwd als een driedimensionale uitwerking van een kosmologische en rituele orde.

Ook de ordening van godheden rond een centrale figuur of een centraal heiligdom in yoginitempels kan als een architecturale mandala worden geïnterpreteerd. In Hirapur vormt de vierkante Chandi Mandapa de kern van een compositie die door de ronde tempelmuur en de yoginibeelden wordt omgeven. Het woord “mandala” verwijst hier naar de hiërarchische ordening van de ruimte en niet uitsluitend naar een ronde vorm.

In hedendaags taalgebruik wordt het woord eveneens gebruikt voor concentrische geometrische patronen met een decoratieve, educatieve of ontspannende functie. Deze moderne betekenis is ruimer dan de historische en rituele betekenissen. Niet ieder cirkelvormig patroon is daarom een mandala in religieuze of historische zin.