Selecteer de taal
Gajapati
Begrippenlijsten
| Term | Definitie |
|---|---|
| Gajapati | De term Gajapati verwijst zowel naar een koninklijke titel als naar de dynastie die van de late vijftiende tot het midden van de zestiende eeuw grote delen van het huidige Odisha bestuurde, met Cuttack als machtscentrum. Het woord Gajapati is afkomstig uit het Sanskriet en betekent letterlijk „heer van de olifanten”, een titel die in het middeleeuwse India werd geassocieerd met koningschap en militaire macht. Historisch gezien wordt de term vooral gebruikt voor de Gajapati-dynastie, die rond 1434 door Kapilendra Deva werd gesticht na het verval van de Oost-Ganga-heersers. Onder de Gajapati-koningen bereikte Odisha een periode van sterke territoriale expansie. Het rijk strekte zich uit langs de oostkust van India, van de benedenloop van de Ganges tot delen van het huidige Andhra Pradesh. Deze groei werd mogelijk gemaakt door een goed georganiseerde krijgsmacht en controle over belangrijke handelsroutes. Op politiek en religieus vlak waren de Gajapati’s nauw verbonden met de Jagannath-cultus in Puri, die een centrale rol speelde in de legitimering van het koninklijk gezag. De heersers zagen zichzelf als dienaren van de godheid, wat de bestuurlijke en symbolische structuur van het rijk beïnvloedde. Het verval van de Gajapati-dynastie begon in de vroege zestiende eeuw als gevolg van interne conflicten en externe druk, onder meer van het sultanaat van Bengalen en het sultanaat van Golconda. In 1541 werd het rijk veroverd door Sher Shah Suri, waarmee een einde kwam aan de politieke zelfstandigheid. De term Gajapati bleef echter voortbestaan als eretitel en historische aanduiding. |

Français (France)
English (UK)