Selecteer de taal

Elisabeth I

Zoeken naar begrippen

Begrippenlijsten

Term Definitie
Elisabeth I

Elizabeth I (7 september 1533 – 24 maart 1603) was koningin van Engeland en Ierland van 1558 tot haar dood. Zij was de dochter van Hendrik VIII en Anne Boleyn en behoorde tot de Tudor-dynastie. Haar regering betekende een periode van politieke stabilisatie na langdurige religieuze conflicten. Tijdens haar bewind werd de Anglicaanse Kerk stevig gevestigd en ontwikkelde Engeland zijn maritieme macht. De periode wordt ook gekenmerkt door een belangrijke culturele bloei, vooral in literatuur en theater.

Elizabeth I werd geboren op 7 september 1533 in Greenwich. Zij was de dochter van koning Hendrik VIII van Engeland en diens tweede echtgenote Anne Boleyn. Na de executie van haar moeder in 1536 werd Elizabeth onwettig verklaard en tijdelijk uitgesloten van de troonopvolging. Haar positie werd later hersteld door een opvolgingswet die tijdens het bewind van Hendrik VIII werd aangenomen.

Na de dood van haar halfbroer Eduard VI in 1553 ging de Engelse kroon eerst over op haar halfzus Maria I, een katholieke vorstin. Tijdens Maria’s regering bleef Elizabeth onder politiek toezicht vanwege haar banden met protestantse kringen. Zij besteeg uiteindelijk de troon op 17 november 1558.

Een van de belangrijkste beleidskwesties van haar regering was de religieuze organisatie van het land. Elizabeth voerde maatregelen in om de protestantse Kerk van Engeland te vestigen en tegelijkertijd interne conflicten te beperken. De Act of Supremacy van 1559 herstelde de koninklijke controle over de kerk, terwijl de Act of Uniformity de liturgische praktijk vastlegde.

Op internationaal vlak werd haar regering gekenmerkt door toenemende spanningen met Spanje. Deze spanningen bereikten een hoogtepunt in 1588 toen de Spaanse Armada probeerde Engeland binnen te vallen. De mislukking van deze expeditie versterkte Elizabeths politieke positie en droeg bij aan de groei van de Engelse zeemacht.

De Elizabethaanse periode werd ook gekenmerkt door toenemende maritieme verkenning en handel. Engelse zeevaarders ondernamen reizen naar Noord-Amerika en andere gebieden, wat een vroege basis vormde voor de latere koloniale expansie van Engeland.

Haar regering wordt daarnaast geassocieerd met een bloei van cultuur en literatuur. Schrijvers zoals William Shakespeare, Christopher Marlowe en Edmund Spenser produceerden belangrijke werken in deze periode. Het koninklijke hof fungeerde als een centrum van artistiek mecenaat.

Elizabeth bleef ongehuwd en liet geen directe erfgenaam na. Na haar dood op 24 maart 1603 ging de kroon over naar Jacobus VI van Schotland, die Jacobus I van Engeland werd. Daarmee eindigde de Tudor-dynastie en begon de personele unie tussen de kronen van Engeland en Schotland.