Selecteer de taal

Vietnam

Van prehistorische nederzettingen tot een moderne staat: de historische ontwikkeling van Vietnam

De eerste bewoners en prehistorische culturen

Het grondgebied van het huidige Vietnam wordt al gedurende honderdduizenden jaren door mensen bewoond. Archeologische vondsten in onder meer de provincies Thanh Hóa, Lạng Sơn en Sơn La wijzen op menselijke aanwezigheid tijdens het Paleolithicum. In verschillende grotten zijn stenen werktuigen en fossiele resten ontdekt die getuigen van een zeer vroege bewoning van het gebied.

Tijdens het Neolithicum ontstonden geleidelijk landbouwgemeenschappen in de vruchtbare riviergebieden van Noord-Vietnam. De bewoners begonnen rijst te verbouwen, dieren te domesticeren en aardewerk te produceren. Deze ontwikkelingen vormden de basis voor complexere samenlevingen.

Een belangrijke stap in deze evolutie was de Phùng Nguyên-cultuur, die zich tijdens het tweede millennium voor Christus ontwikkelde in de Rode Rivierdelta. Deze cultuur werd gevolgd door de Đông Sơn-cultuur, die vanaf ongeveer de eerste helft van het eerste millennium voor Christus uitgroeide tot een van de belangrijkste beschavingen van het vroege Vietnam.

De Đông Sơn-cultuur is vooral bekend vanwege haar rijk versierde bronzen trommels, die scènes uit het dagelijkse leven, rituelen en oorlogvoering afbeelden. De vervaardiging van dergelijke voorwerpen wijst op een hoog niveau van metallurgische kennis en een goed georganiseerde samenleving die gebaseerd was op irrigatielandbouw en handel.

Legendarische oorsprong en de eerste staten

Văn Lang en de Hùng-koningen

Volgens de Vietnamese traditie gaat de oorsprong van het land terug tot het koninkrijk Văn Lang, dat bestuurd zou zijn door de Hùng-koningen. Hoewel de historische basis van deze verhalen beperkt is, spelen zij een belangrijke rol in de nationale identiteit.

De legende vertelt hoe de draak Lạc Long Quân en de fee Âu Cơ de voorouders werden van het Vietnamese volk. Hun kinderen zouden zich verspreid hebben over bergen, kusten en rivierdelta's en zo de basis hebben gelegd voor de Vietnamese samenleving.

Deze oorsprongsmythen worden nog steeds herdacht tijdens nationale feesten en religieuze ceremonies.

Het koninkrijk Âu Lạc

In de derde eeuw voor Christus werd Văn Lang opgevolgd door het koninkrijk Âu Lạc onder leiding van An Dương Vương. De hoofdstad werd gevestigd in Cổ Loa, nabij het huidige Hanoi. De indrukwekkende verdedigingswerken van deze stad behoren tot de oudste stedelijke constructies in Zuidoost-Azië.

De onafhankelijkheid van Âu Lạc bleek echter van korte duur door de expansie van Chinese rijken in het zuiden.

Bijna duizend jaar Chinese overheersing

In 111 voor Christus werd het gebied van Noord-Vietnam ingelijfd door de Chinese Han-dynastie. Hiermee begon een periode van bijna duizend jaar Chinese overheersing, die een diepe invloed zou uitoefenen op de politieke, culturele en sociale ontwikkeling van Vietnam.

De Chinese autoriteiten introduceerden administratieve structuren, belastingstelsels en juridische instellingen die gebaseerd waren op het Chinese keizerlijke model. Het klassiek Chinees werd de taal van bestuur en onderwijs, terwijl het confucianisme geleidelijk uitgroeide tot de ideologische basis van de staat.

Ook religieuze invloeden bereikten Vietnam tijdens deze periode. Het boeddhisme verspreidde zich via zowel China als de maritieme handelsroutes met India en Zuidoost-Azië. Daarnaast vond ook het taoïsme ingang in de volkscultuur.

Ondanks deze sterke buitenlandse invloed slaagden de lokale gemeenschappen erin hun eigen tradities, dorpsstructuren en voorouderverering te behouden. Deze combinatie van culturele aanpassing en behoud van eigen identiteit zou later een kenmerk van de Vietnamese geschiedenis worden.

Verzet tegen de buitenlandse overheersing

Gedurende de eeuwen van Chinese heerschappij vonden regelmatig opstanden plaats.

De bekendste vond plaats in het jaar 40 na Christus, toen de Trưng-zusters een grootschalige opstand tegen de Chinese autoriteiten leidden. Hoewel hun onafhankelijk bestuur slechts enkele jaren standhield, groeiden zij uit tot nationale heldinnen en symbolen van verzet.

Ook de opstand van Lady Triệu in de derde eeuw kreeg een belangrijke plaats in het nationale geheugen. Talrijke andere rebellieën volgden in de daaropvolgende eeuwen.

De herwonnen onafhankelijkheid en het ontstaan van Đại Việt

In 938 behaalde generaal Ngô Quyền een beslissende overwinning op Chinese troepen tijdens de slag op de Bạch Đằng-rivier. Door houten palen in de rivierbodem te plaatsen en gebruik te maken van de getijden wist hij de vijandelijke vloot te vernietigen.

Deze overwinning wordt traditioneel beschouwd als het begin van de duurzame onafhankelijkheid van Vietnam.

Na de Ngô-dynastie volgden de Đinh- en de Vroege Lê-dynastieën, die de politieke instellingen versterkten en het koninkrijk consolideerden. In 1010 verplaatste de Lý-dynastie de hoofdstad naar Thăng Long, het latere Hanoi.

De opkomst van Đại Việt

Onder de Lý- en Trần-dynastieën ontwikkelde Đại Việt zich tussen de elfde en de veertiende eeuw tot een stabiele en machtige staat.

Het bestuur werd georganiseerd volgens Chinese voorbeelden, inclusief examens voor ambtenaren gebaseerd op de confucianistische klassieken. Hierdoor ontstond een invloedrijke klasse van geleerden en mandarijnen.

Hoewel het confucianisme de officiële staatsideologie werd, bleef het boeddhisme een zeer belangrijke maatschappelijke rol spelen. Talrijke pagodes en kloosters werden gebouwd en monniken oefenden vaak politieke invloed uit.

De combinatie van confucianisme, boeddhisme en taoïsme leidde tot een religieus landschap waarin verschillende tradities naast elkaar bestonden en elkaar beïnvloedden.

De Mongoolse invasies

In de dertiende eeuw kreeg Đại Việt te maken met de expansie van het Mongoolse Rijk onder de Yuan-dynastie.

Tussen 1258 en 1288 ondernamen Mongoolse legers verschillende invasies van Vietnam. Onder leiding van generaal Trần Hưng Đạo slaagden de Vietnamese troepen er echter in de aanvallers te verslaan.

De overwinning op de Bạch Đằng-rivier in 1288 groeide uit tot een van de belangrijkste militaire successen uit de Vietnamese geschiedenis en versterkte het nationale zelfbewustzijn aanzienlijk.

Champa en de invloed van India

Terwijl Noord-Vietnam sterk beïnvloed werd door China, maakte Centraal-Vietnam eeuwenlang deel uit van het koninkrijk Champa.

Dit rijk ontstond in de tweede eeuw en behoorde tot de bredere Indiase cultuurwereld van Zuidoost-Azië. Sanskrit werd gebruikt voor officiële inscripties en het hindoeïsme speelde een centrale rol in het religieuze leven van de elite.

Later kreeg ook het mahayanaboeddhisme invloed binnen het rijk. De Cham ontwikkelden omvangrijke handelsnetwerken die China, India en de Indonesische archipel met elkaar verbonden.

Het tempelcomplex van Mỹ Sơn vormt vandaag nog steeds een van de belangrijkste overblijfselen van deze beschaving.

De relaties tussen Đại Việt en Champa werden gekenmerkt door zowel handel als oorlog, waarbij beide staten streefden naar controle over Centraal-Vietnam.

De zuidelijke expansie en de vorming van het huidige grondgebied

Een van de belangrijkste processen in de Vietnamese geschiedenis was de Nam Tiến, de geleidelijke uitbreiding naar het zuiden.

Vanaf de elfde eeuw veroverden Vietnamese heersers stap voor stap gebieden die onder controle stonden van Champa en later van het Khmer-rijk.

De verovering van de Cham-hoofdstad Vijaya in 1471 betekende een keerpunt en leidde tot de definitieve achteruitgang van Champa als onafhankelijke staat.

De expansie ging verder naar de Mekongdelta, die traditioneel deel uitmaakte van de Khmer-cultuurwereld. Vietnamese kolonisten vestigden zich er in toenemende aantallen en veranderden geleidelijk de demografische samenstelling van de regio.

De huidige geografische vorm van Vietnam is grotendeels het resultaat van deze eeuwenlange uitbreiding.

Interne verdeeldheid en buitenlandse contacten

Vanaf de zestiende eeuw verzwakte de macht van de Lê-keizers aanzienlijk. Het land werd feitelijk verdeeld tussen de Trịnh-heren in het noorden en de Nguyễn-heren in het zuiden.

Ondanks deze politieke verdeeldheid nam de buitenlandse handel sterk toe. Portugese, Nederlandse, Engelse en Japanse kooplieden bezochten Vietnamese havens en stimuleerden de economische ontwikkeling.

Ook Europese missionarissen vestigden zich in Vietnam. De jezuïet Alexandre de Rhodes speelde een belangrijke rol bij de ontwikkeling van het quốc ngữ-schrift, waarbij de Vietnamese taal met behulp van het Latijnse alfabet werd weergegeven.

Dit schrift zou uiteindelijk de Chinese karakters vervangen en uitgroeien tot het moderne Vietnamese schrift.

De Tây Sơn-opstand en de hereniging van het land

Aan het einde van de achttiende eeuw leidde de Tây Sơn-opstand tot grote politieke veranderingen.

De Tây Sơn-broers slaagden erin zowel de Trịnh- als de Nguyễn-heersers omver te werpen en het land tijdelijk te verenigen. Zij voerden verschillende hervormingen door en probeerden de macht van regionale elites te beperken.

Uiteindelijk wist Nguyễn Ánh, de laatste vertegenwoordiger van de Nguyễn-familie, met buitenlandse steun de macht terug te veroveren.

In 1802 besteeg hij de troon als keizer Gia Long en stichtte hij de Nguyễn-dynastie.

Voor het eerst stond vrijwel het volledige grondgebied van het huidige Vietnam onder het gezag van één regering. De hoofdstad werd gevestigd in Huế.

De Franse kolonisatie en Frans-Indochina

In de negentiende eeuw begon Frankrijk met de verovering van Vietnam als onderdeel van zijn koloniale expansie in Azië.

De zuidelijke regio Cochinchina werd als eerste geannexeerd, gevolgd door Annam en Tonkin. In 1887 werd Frans-Indochina opgericht, waarin Vietnam samen met Cambodja en later Laos werd opgenomen.

De koloniale autoriteiten investeerden in spoorwegen, havens en infrastructuur en ontwikkelden exportgerichte landbouwproducten zoals rijst, rubber en steenkool.

Deze economische ontwikkeling ging echter gepaard met grote sociale ongelijkheid en een sterke concentratie van landbezit in handen van koloniale ondernemingen en lokale elites.

Nationalisme en politieke bewustwording

De koloniale periode bracht belangrijke culturele veranderingen met zich mee. Het quốc ngữ-schrift werd algemeen verspreid en maakte onderwijs toegankelijker voor een groter deel van de bevolking.

Een nieuwe generatie intellectuelen liet zich inspireren door Europese ideeën, Japanse modernisering en Chinese hervormingsbewegingen.

Onder hen groeide Hồ Chí Minh uit tot de belangrijkste leider van de Vietnamese onafhankelijkheidsbeweging.

Revolutie, onafhankelijkheid en oorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bezette Japan Vietnam, terwijl het Franse koloniale bestuur grotendeels bleef functioneren onder Japans toezicht.

Na de Japanse capitulatie in 1945 ontstond een machtsvacuüm dat door de Việt Minh onder leiding van Hồ Chí Minh werd benut tijdens de Augustusrevolutie.

Op 2 september 1945 werd in Hanoi de Democratische Republiek Vietnam uitgeroepen.

Frankrijk probeerde vervolgens opnieuw controle over het gebied te verkrijgen, wat leidde tot de Eerste Indochinese Oorlog.

Deze oorlog eindigde in 1954 met de Vietnamese overwinning bij Điện Biên Phủ en de Akkoorden van Genève, die het land voorlopig verdeelden langs de zeventiende breedtegraad.

De Vietnamoorlog en de hereniging

De tijdelijke deling van Vietnam groeide al snel uit tot een centraal conflict van de Koude Oorlog.

Noord-Vietnam streefde naar hereniging van het land onder communistisch bestuur, terwijl Zuid-Vietnam werd ondersteund door de Verenigde Staten en hun bondgenoten.

De oorlog veroorzaakte enorme menselijke en materiële verliezen en had grote gevolgen voor de Vietnamese samenleving.

In april 1975 viel Saigon in handen van Noord-Vietnamese troepen. Een jaar later werd de Socialistische Republiek Vietnam officieel uitgeroepen.

Het hedendaagse Vietnam en de historische erfenis

De eerste jaren na de hereniging werden gekenmerkt door economische problemen, internationale isolatie en regionale conflicten met Cambodja en China.

In 1986 introduceerde de Vietnamese regering de economische hervormingen van Đổi Mới. Hierbij werden marktelementen geleidelijk ingevoerd binnen een socialistisch politiek systeem.

Deze hervormingen maakten van Vietnam een van de snelst groeiende economieën van Azië en versterkten de integratie van het land in de wereldeconomie.

De moderne Vietnamese identiteit is het resultaat van eeuwenlange interacties tussen lokale tradities en buitenlandse invloeden. Chinese administratieve en filosofische tradities, Indiase culturele elementen, Franse koloniale invloeden en internationale handelscontacten hebben allemaal hun sporen nagelaten.

Het boeddhisme, de voorouderverering, het confucianisme, het christendom en lokale religieuze tradities bestaan vandaag naast elkaar binnen een diverse samenleving.

De geschiedenis van Vietnam is daarmee niet alleen het verhaal van oorlogen en dynastieën, maar ook van culturele aanpassing, maatschappelijke continuïteit en het vermogen om buitenlandse invloeden te integreren zonder de eigen identiteit te verliezen. Deze historische erfenis vormt nog steeds een belangrijk onderdeel van het hedendaagse Vietnam.

Het hedendaagse Vietnam tussen economische groei, culturele diversiteit en regionale invloed

Een strategisch gelegen land in Zuidoost-Azië

Vietnam ligt aan de oostelijke kust van het Indochinese schiereiland en vormt een van de belangrijkste landen van continentaal Zuidoost-Azië. Het land strekt zich uit over meer dan 1.600 kilometer van noord naar zuid langs de Zuid-Chinese Zee, die in Vietnam meestal de Oostzee wordt genoemd. Dankzij deze ligging beschikt Vietnam over meer dan 3.200 kilometer kustlijn, die van groot belang is voor handel, visserij en toerisme.

Vietnam grenst in het noorden aan China, in het westen aan Laos en in het zuidwesten aan Cambodja. Met een oppervlakte van ongeveer 331.000 vierkante kilometer heeft het land een langgerekte vorm, waardoor grote regionale verschillen bestaan op het gebied van klimaat, landschap en economische ontwikkeling.

De geografische ligging tussen Oost-Azië en Zuidoost-Azië heeft eeuwenlang een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van het land en bepaalt nog steeds de economische en geopolitieke betekenis van Vietnam.

Reliëf, rivieren en natuurlijke landschappen

Ongeveer driekwart van het Vietnamese grondgebied bestaat uit bergen, heuvels en hooglanden. In het noorden bevinden zich enkele van de hoogste berggebieden van Zuidoost-Azië, waaronder de Fansipan, die met 3.143 meter het hoogste punt van het land vormt.

De Centrale Hooglanden vormen een tweede belangrijk berggebied. Dankzij de vruchtbare vulkanische bodems ontwikkelde deze regio zich tot een belangrijk centrum voor landbouw en plantagebouw.

Twee grote riviersystemen domineren het landschap en de economie van Vietnam. In het noorden vormt de Rode Rivier een uitgestrekte delta die behoort tot de dichtstbevolkte landbouwgebieden van het land. In het zuiden creëert de Mekong een van de grootste rivierdelta's van Azië, met een uitgebreid netwerk van kanalen, moerassen en rijstvelden.

Langs de kust bevinden zich stranden, lagunes, baaien en estuaria. De baai van Ha Long met haar kalkstenen rotsformaties behoort tot de bekendste natuurlijke symbolen van Vietnam.

Vietnam beschikt bovendien over een grote biodiversiteit. Tropische regenwouden, mangroves en berggebieden bieden leefgebieden voor talrijke dier- en plantensoorten, waaronder verschillende endemische soorten.

Klimaat en milieuvraagstukken

Het grootste deel van Vietnam kent een tropisch moessonklimaat, maar de grote noord-zuiduitgestrektheid zorgt voor aanzienlijke regionale verschillen.

In Noord-Vietnam zijn de seizoenen duidelijker afgebakend, met relatief koele winters en warme, vochtige zomers. Centraal-Vietnam wordt regelmatig getroffen door tyfoons en hevige regenval, terwijl Zuid-Vietnam vooral een onderscheid kent tussen een droog seizoen en een regenseizoen.

Klimaatverandering vormt een belangrijke uitdaging voor de toekomst van het land. Vooral de Mekongdelta wordt bedreigd door de stijgende zeespiegel en verzilting van landbouwgronden. Ook kusterosie en extremere weersomstandigheden zorgen voor toenemende problemen.

De snelle industrialisering en verstedelijking hebben daarnaast geleid tot uitdagingen op het vlak van luchtkwaliteit, waterbeheer en natuurbehoud.

Bevolking, etnische groepen en talen

Vietnam telt inmiddels meer dan honderd miljoen inwoners en behoort daarmee tot de meest bevolkte landen van Azië. De bevolkingsdichtheid is bijzonder hoog in de Rode Rivierdelta, de Mekongdelta en de grote stedelijke gebieden.

De Kinh, ook wel Viet genoemd, vormen ongeveer vijfentachtig procent van de bevolking en vormen de dominante etnische groep. Daarnaast erkent de Vietnamese staat officieel vierenvijftig etnische groepen.

Tot de belangrijkste minderheden behoren de Tày, Thai, Hmong, Dao, Khmer en Cham. Veel van deze gemeenschappen leven in de berggebieden van het noorden of in de Centrale Hooglanden en behouden hun eigen talen, tradities en culturele gebruiken.

Het Vietnamees is de officiële taal van het land en speelt een belangrijke rol in de nationale samenhang. De taal maakt gebruik van het Latijnse quốc ngữ-schrift met talrijke diakritische tekens om de tonen weer te geven.

Engels wint snel aan belang, vooral in het onderwijs, het toerisme en de internationale handel. Frans heeft tegenwoordig een beperktere rol dan tijdens de koloniale periode, maar blijft aanwezig in bepaalde culturele en academische instellingen.

Religie en culturele identiteit

Het religieuze landschap van Vietnam wordt gekenmerkt door een grote mate van vermenging tussen verschillende tradities.

Het boeddhisme vormt de belangrijkste georganiseerde religie, vooral in de mahayanatraditie die via China werd verspreid. Daarnaast blijft de voorouderverering een fundamenteel onderdeel van het dagelijkse leven en van familieceremonies.

Het confucianisme beïnvloedt nog steeds belangrijke maatschappelijke waarden zoals respect voor ouderen, het belang van onderwijs en de centrale positie van de familie.

Het katholicisme vormt de grootste religieuze minderheid en telt miljoenen gelovigen. Daarnaast bestaan er protestantse gemeenschappen, vooral onder bepaalde etnische minderheden.

Vietnam kent bovendien twee religieuze bewegingen die in het land zelf zijn ontstaan: het caodaïsme en het Hòa Hảo-boeddhisme, die vooral in het zuiden van het land een belangrijke aanhang hebben.

Steden en bestuurlijke organisatie

Hanoi, gelegen in het noorden van het land, is de politieke en administratieve hoofdstad van Vietnam. Hier bevinden zich de nationale instellingen, ministeries en vele universiteiten en onderzoekscentra.

Ho Chi Minhstad, het voormalige Saigon, vormt het economische hart van het land. De stad is het belangrijkste centrum voor handel, industrie, financiën en buitenlandse investeringen.

Andere steden vervullen belangrijke regionale functies. Hải Phòng is een belangrijke havenstad in het noorden, Đà Nẵng ontwikkelde zich tot een economisch en toeristisch centrum in Centraal-Vietnam en Cần Thơ vormt de grootste stad van de Mekongdelta.

Vietnam is administratief verdeeld in provincies en centraal bestuurde steden binnen een sterk gecentraliseerd staatsbestel.

Transport en infrastructuur

De economische groei van de afgelopen decennia ging gepaard met omvangrijke investeringen in infrastructuur.

De noord-zuidas vormt de ruggengraat van het nationale wegennet. Nieuwe autosnelwegen verbinden steeds meer industriële zones en stedelijke gebieden met elkaar.

De spoorlijn tussen Hanoi en Ho Chi Minhstad blijft een van de belangrijkste vervoersverbindingen van het land. Modernisering van het spoorwegnet behoort tot de prioriteiten van de overheid.

Door de lange kustlijn speelt het zeetransport een belangrijke rol in de economie. Grote havens zoals Hải Phòng, Đà Nẵng en Ho Chi Minhstad verwerken een aanzienlijk deel van de internationale handel.

Ook het luchtverkeer groeit snel dankzij de uitbreiding van internationale luchthavens in Hanoi, Ho Chi Minhstad en andere grote steden.

Een van de snelst groeiende economieën van Azië

Sinds de invoering van de economische hervormingen van Đổi Mới in 1986 heeft Vietnam een indrukwekkende economische ontwikkeling doorgemaakt.

De landbouw blijft belangrijk, hoewel haar aandeel in de economie geleidelijk afneemt. Vietnam behoort tot de grootste exporteurs van rijst, koffie, peper, cashewnoten en visproducten ter wereld.

De industrie is uitgegroeid tot een belangrijke motor van de economische groei. Vooral de productie van elektronica, textiel, schoenen en elektrische apparatuur heeft zich sterk ontwikkeld.

Buitenlandse investeringen spelen een cruciale rol in deze industriële expansie. Internationale bedrijven hebben productievestigingen geopend om gebruik te maken van een relatief jonge en goed opgeleide beroepsbevolking.

Ook de dienstensector groeit snel, met name in de financiële dienstverlening, informatietechnologie, logistiek en telecommunicatie.

Toerisme, tradities en hedendaagse cultuur

Toerisme behoort tot de belangrijkste economische sectoren van Vietnam. Bezoekers worden aangetrokken door historische steden, natuurlijke landschappen, stranden en een rijke gastronomie.

De Vietnamese keuken geniet wereldwijd aanzien dankzij gerechten zoals phở, bánh mì en verse loempia's. Verse kruiden, groenten en evenwichtige smaken vormen belangrijke kenmerken van deze culinaire traditie.

Traditionele ambachten blijven eveneens een belangrijke rol spelen in het culturele leven van het land. Zijdeweverijen, keramiekproductie, lakwerk, borduurwerk en bamboekunst worden nog steeds in vele regio's beoefend.

Tết, het Vietnamese nieuwjaar volgens de maankalender, blijft het belangrijkste culturele feest van het land en vormt een centraal moment voor familiebezoeken en religieuze ceremonies.

Onderwijs, innovatie en toekomstperspectieven

Onderwijs geniet in Vietnam een bijzonder hoge maatschappelijke waardering, mede dankzij de eeuwenlange invloed van het confucianisme.

Het land investeert sterk in universiteiten, wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling. Vooral instellingen in Hanoi en Ho Chi Minhstad spelen een belangrijke rol in onderzoek en innovatie.

Tegelijkertijd wordt ingezet op digitalisering, kunstmatige intelligentie en hoogwaardige industrieën om de economie verder te moderniseren.

Vietnam staat echter ook voor belangrijke uitdagingen. Regionale ongelijkheden, milieuproblemen, vergrijzing en de gevolgen van klimaatverandering vereisen langdurige beleidsmaatregelen.

Op geopolitiek vlak probeert Vietnam een evenwicht te bewaren tussen zijn economische relaties met China en zijn samenwerking met andere Aziatische landen, de Verenigde Staten en de Europese Unie.

Het hedendaagse Vietnam presenteert zich daardoor als een dynamische samenleving waarin snelle economische ontwikkeling samengaat met een sterke historische continuïteit en een grote culturele diversiteit. Dankzij zijn strategische ligging en zijn groeiende economische betekenis behoort het land vandaag tot de belangrijkste opkomende machten van Zuidoost-Azië.